Baardagamen zijn
echte veelvraten, voederen is dan ook altijd een echte
attractie. Ze staan al klaar als ze zien dat je met hun voeding bezig
bent of als het terrarium wordt geopend. Actief als ze zijn rennen
ze door het terrarium jagend achter de voedseldieren. Dit is enorm
leuk om zien en daarom wordt er snel te veel gevoerd, sommige
baardagamen zijn in gevangenschap dan ook veel te dik.
Baardagamen zijn
omnivoor, dus hun voedsel bestaat uit zowel plantaardige als
dierlijk voedsel. In gevangenschap bestaat het menu meestal teveel
aan dierlijk voedsel, de hoeveelheid plantaardig voedsel zou dus
meer mogen zijn om vervetting tegen te gaan. Recente onderzoeken
zeggen dat in de natuur het plantaardige voedsel meer bedraagt dan
het dierlijke, in gevangenschap is dit meestal andersom. Probeer dan
ook min. een verhouding van 70% dierlijk en 30% plantaardig voedsel
te verkrijgen, een goede verhouding zou zijn 50% van beide maar dit
is in gevangenschap moeilijk te realiseren. Persoonlijk zorg ik
steeds dat er een bakje groenten of fruit aanwezig is. Ook las ik
enkele insectenloze dagen in. Opgelet het bovenstaande geldt
enkel voor volwassen dieren, jonge dieren moeten nog veel groeien en
hebben extra eiwitten nodig. Bij hen bestaat het dagelijkse menu dus
hoofdzakelijk uit dierlijk voedsel maar een bakje groen mag
eigenlijk niet ontbreken.
Het dierlijke
voedsel bestaat voornamelijk uit levende insecten.
Tegenwoordig is hier al een uitgebreid gamma van te verkrijgen. Sprinkhanen, krekels, wasmotlarven, kakkerlakken, moriowormen,
meelwormen, buffalowormen, rozekeverlarven en zijderupsen
zijn een paar voorbeelden. Maar belangrijk om weten is dat het
grootste gedeelte van het lichaam van deze insecten uit hun
spijsvertering bestaat. Dieren die je zo uit de zaak meeneemt moeten
dus eerst bijgevoederd (gutload) worden, zoniet bevatten ze weinig of niets
van voedingswaarde. Als het seizoen het toelaat kun je ook insecten
uit de natuur voederen, deze hebben het voordeel dat ze veel
voedingswaarde bevatten nadeel is dat je extra moet uitkijken waar
je ze gaat vangen. Plaatsen waar mogelijk verdelgingsmiddelen zijn
gebruikt of langs drukke wegen zijn uit den boze. Ook jonge muizen kunnen als afwisseling gegeven worden, maar dan in
mindere mate vanwege de vervetting. Jonge muizen bevatten wel veel
calcium wat dan weer positief is bij een drachtig vrouwtje of na het
leggen van eieren. Wel opletten bij de grote van voedseldieren, deze
mogen in principe niet groter zijn dan 1/3 van de kop, anders kan
dit problemen geven met het slikken. Een aanvulling op het dierlijke
voedsel kan bestaan uit kip, wit van een ei, katten of hondenvoer,
yoghurt....hier heb ik zelf geen ervaring mee of ze weigerden het.
Ook zijn dit extra's en dus geen basisvoer.
Als
plantaardig
voedsel zijn er ook weer een heel deel mogelijkheden. Als basis
kun je het beste bladgroenten en wilde planten gebruiken,
omdat dit het meest aansluit bij hun natuurlijke dieet. Andijvie,
witloof, sla, paardebloem, klaver en distels zijn enkele voorbeelden.
Fruit lusten ze ook heel graag als afwisseling, eigenlijk
komen bijna alle soorten in aanmerking. Alles hangt af van de
persoonlijke smaak van de dieren. Er zijn wel enkele stoffen in
fruit en groente waar je mee moet oppassen, dit zijn:
• Oxaalzuur: Deze
stof zorgt voor problemen met de bloedsomloop en deze stof verbindt
zich met calcium. Waardoor calcium niet meer door het lichaam kan
worden opgenomen. In de volgende groente soorten zit veel oxaalzuur;
Broccoli, spinazie, wortelen, peterselie, rabarber.
• Tannine: Dit is een gifsoort en het is dus belangrijk dat je
dieren deze stof niet binnenkrijgen. Deze stof komt voor in: Erwten,
Vijgen, Tuinbonen, Avocado's.
• Cyanide: Deze stof kan problemen aan de keel(zak) geven. Deze stof
zit in Koolsoorten. Koolbladeren zorgen ook voor gisting in de
darmen.
• Nitraat: Deze stof leidt tot krampen, omdat het zuurstof in het
bloed door deze stof slecht wordt verspreid. Dit zit bijvoorbeeld in
spinazie en smeerwortel.