Pogona Vitticeps

Huisvesting

Plaats een warm woestijnterrarium met een aanzienlijke ruimte, daar baardagamen zeer actieve dieren zijn.

Voor een volwassen koppel is minimaal een terrarium nodig van bv.120x50x60, voor meerdere dieren moet men natuurlijk naar een grotere huisvesting gaan bv. 150x50x60 voor een enkeling neem je 100x50x50.

Maar hier geldt toch hoe groter hoe beter!

Als je twee dieren neemt neem dan een koppeltje of twee vrouwtjes, mannen gaan niet samen en jagen elkaar in stress met gevechten als gevolg die wel eens fataal kunnen aflopen. Trouwens dieren die in stress zitten krijgen vroeg of laat te kampen met inwendige parasieten, men merkt dit vaak laat op als de dieren stoppen met eten.

Als je een koppeltje neemt houd er dan wel rekening mee dat aanhoudende paarlustige mannetjes de vrouwtjes in stress jagen en de vrouwtjes nauwelijks op krachten komen door het continu dragen van eitjes. Dus als je wilt dat het vrouwtje in goede conditie blijft zal je het mannetje moeten apart zetten. Zie je dit niet zitten, neem dan zeker geen koppel maar een enkeling of twee dames.

Bij de inrichting van het terrarium moet men ook rekening houden met de behoeften van de bewoner, zo is de baardagaam net als andere reptielen koudbloedig en deze hebben omgevingswarmte nodig.

In de natuur vindt men ze dan ook veel terug op een rots en als het te warm wordt verhuizen ze naar een koelere plek, op deze manier kunnen ze hun lichaamstemperatuur op peil houden dit noemen we "gedragsthermografie". Geef hen dan ook de kans in het terrarium te kiezen.

Dit is gemakkelijk te realiseren door een warmtelamp te bevestigen net boven een rots of tak (zonneplaats) en er een grot in te plaatsen (koeleplek). De temperatuur op de zonneplek mag oplopen tot +/- 40°C de koelste plek mag een temperatuur hebben van +/- 25°C. s'Nachts mogen alle warmtebronnen uitgeschakeld worden zo kan alles afkoelen tot kamertemperatuur wat voor een goede dag en nachtritme zorgt. 

De volgende stap is de nabootsing van de zon.

UV-stralen zorgen voor de opname van vitamine D3. Een juiste dosis vitamine D3 zorgt ervoor dat calcium uit de voeding op een juiste manier in het lichaam verwerkt wordt en helpt bij de opbouw van het skelet. Er bestaan in de speciaalzaak verschillende soorten lampen zoals TL's, spaarlampen en spots (floods= warmte en UV) die er voor zorgen dat de nodige stoffen aanwezig zijn. Het spreekt vanzelf dat dit lampen zijn die speciaal gemaakt zijn voor reptielen, en dus niet de hangbare lampen voor huishoudelijk gebruik. De zon volledig nabootsen is natuurlijk een onmogelijke opdracht, maar met de juiste verlichting en vitamines is dit tekort toch enigszins op te vangen.

De inrichting van het terrarium hangt voor een groot deel af van een persoonlijke voorkeur.

Toch zijn er enkele basisregels die nageleefd moeten worden, eerste en vooral de bodembedekking. Deze moet makkelijk schoon te maken zijn, hygiënisch en veilig. Best en meest gebruikt is zand vooral speelzand wordt veel gebruikt en is goedkoop. Een duurdere optie is speciaal terrariumzand die men in alle soorten en kleuren kan verkrijgen. Zand is gemakkelijk schoon te houden en bevordert het natuurlijke graafgedrag van de baardagame. Een nadeel is dat het soms verstopping kan veroorzaken bij eten van zand met het voedsel. Als men ervoor zorgt dat de voederplaats proper is en het voedsel niet in het zand terecht komt kan men dit heel goed voorkomen. Houtsnippers raad ik niet aan om dezelfde reden als hierboven, kan verstopping veroorzaken en behoort niet tot de natuurlijke habitat.

Verdere inrichting laat ik over aan eigen smaak, maar hou er rekening mee dat de baardagaam graag klimt. Voorzie dan ook liefst enkele takken en rotsen. Een goede schuilplaats is nodig, dit verlaagt stress en zorgt voor de nodige afkoeling.

Drinken uit een waterschaal doet een baardagame zelden.

Liever drinken ze vallende druppels, 2 tot 3 maal sproeien per week of een wekelijks lauw badje behoord tot de mogelijkheden, tevens bevordert dit de vervelling.

 Verder is het aan te raden om voor deze actieve dieren voldoende loopruimte over te laten en geen levende planten te gebruiken. Baardagamen zijn hiervoor veel te destructief. Gebruik liever nepplanten om het terra verder aan te kleden.

Kurk wordt beter niet gebruikt als achterwand, krekels en andere voedseldieren bijten zich door de wand en kunnen daar overleven. 's Nachts komen deze terug tevoorschijn en kunnen gaan knagen aan de dieren. Met een beetje creativiteit kun je zelf een achterwand van polystyreen of PU-schuim die bewerkt wordt met tegellijm maken. In de speciaalzaak zijn ook kant en klare achterwanden van polyester maar deze zijn meestal prijzig, voordeel hierbij is dat deze volledig krekeldicht zijn op voorwaarde dat deze op de juiste wijze wordt aangebracht.

Voeding

Baardagamen zijn echte veelvraten, voederen is dan ook altijd een echte attractie. Ze staan al klaar als ze zien dat je met hun voeding bezig bent of als het terrarium wordt geopend. Actief als ze zijn rennen ze door het terrarium jagend achter de voedseldieren. Dit is enorm leuk om zien en daarom wordt er snel te veel gevoerd, sommige baardagamen zijn in gevangenschap dan ook veel te dik.

Baardagamen zijn omnivoor, dus hun voedsel bestaat uit zowel plantaardige als dierlijk voedsel. In gevangenschap bestaat het menu meestal teveel aan dierlijk voedsel, de hoeveelheid plantaardig voedsel zou dus meer mogen zijn om vervetting tegen te gaan. Recente onderzoeken zeggen dat in de natuur het plantaardige voedsel meer bedraagt dan het dierlijke, in gevangenschap is dit meestal andersom. Probeer dan ook min. een verhouding van 70% dierlijk en 30% plantaardig voedsel te verkrijgen, een goede verhouding zou zijn 50% van beide maar dit is in gevangenschap moeilijk te realiseren. Persoonlijk zorg ik steeds dat er een bakje groenten of fruit aanwezig is. Ook las ik enkele insectenloze dagen in. Opgelet het bovenstaande geldt enkel voor volwassen dieren, jonge dieren moeten nog veel groeien en hebben extra eiwitten nodig. Bij hen bestaat het dagelijkse menu dus hoofdzakelijk uit dierlijk voedsel maar een bakje groen mag eigenlijk niet ontbreken.

Het dierlijke voedsel bestaat voornamelijk uit levende insecten. Tegenwoordig is hier al een uitgebreid gamma van te verkrijgen. Sprinkhanen, krekels, wasmotlarven, kakkerlakken, moriowormen, meelwormen, buffalowormen, rozekeverlarven en zijderupsen zijn een paar voorbeelden. Maar belangrijk om weten is dat het grootste gedeelte van het lichaam van deze insecten uit hun spijsvertering bestaat. Dieren die je zo uit de zaak meeneemt moeten dus eerst bijgevoederd (gutload) worden, zoniet bevatten ze weinig of niets van voedingswaarde. Als het seizoen het toelaat kun je ook insecten uit de natuur voederen, deze hebben het voordeel dat ze veel voedingswaarde bevatten nadeel is dat je extra moet uitkijken waar je ze gaat vangen. Plaatsen waar mogelijk verdelgingsmiddelen zijn gebruikt of langs drukke wegen zijn uit den boze. Ook jonge muizen kunnen als afwisseling gegeven worden, maar dan in mindere mate vanwege de vervetting. Jonge muizen bevatten wel veel calcium wat dan weer positief is bij een drachtig vrouwtje of na het leggen van eieren. Wel opletten bij de grote van voedseldieren, deze mogen in principe niet groter zijn dan 1/3 van de kop, anders kan dit problemen geven met het slikken. Een aanvulling op het dierlijke voedsel kan bestaan uit kip, wit van een ei, katten of hondenvoer, yoghurt....hier heb ik zelf geen ervaring mee of ze weigerden het. Ook zijn dit extra's en dus geen basisvoer.

Als plantaardig voedsel zijn er ook weer een heel deel mogelijkheden. Als basis kun je het beste bladgroenten en wilde planten gebruiken, omdat dit het meest aansluit bij hun natuurlijke dieet. Andijvie, witloof, sla, paardebloem, klaver en distels zijn enkele voorbeelden. Fruit lusten ze ook heel graag als afwisseling, eigenlijk komen bijna alle soorten in aanmerking. Alles hangt af van de persoonlijke smaak van de dieren. Er zijn wel enkele stoffen in fruit en groente waar je mee moet oppassen, dit zijn:

• Oxaalzuur: Deze stof zorgt voor problemen met de bloedsomloop en deze stof verbindt zich met calcium. Waardoor calcium niet meer door het lichaam kan worden opgenomen. In de volgende groente soorten zit veel oxaalzuur; Broccoli, spinazie, wortelen, peterselie, rabarber.

• Tannine: Dit is een gifsoort en het is dus belangrijk dat je dieren deze stof niet binnenkrijgen. Deze stof komt voor in: Erwten, Vijgen, Tuinbonen, Avocado's.

• Cyanide: Deze stof kan problemen aan de keel(zak) geven. Deze stof zit in Koolsoorten. Koolbladeren zorgen ook voor gisting in de darmen.

• Nitraat: Deze stof leidt tot krampen, omdat het zuurstof in het bloed door deze stof slecht wordt verspreid. Dit zit bijvoorbeeld in spinazie en smeerwortel.

• Citrusvruchten werken dan weer te laxerend.

In de natuur kunnen baardagamen alles vinden wat ze nodig hebben. In gevangenschap ligt dat enigszins anders. Zodat er geen te korten gaan optreden zullen we supplementen moeten toevoegen. In de speciaalhandel vindt men allerlei preparaten zoals multivitaminen en mineralenpoeders. Het is dus makkelijk om met een vitaminepreparaat in poedervorm de insecten te bepoederen om zo de noodzakelijke stoffen toe te voegen. Ik doe de insecten in een bokaal, poeder bij, deksel op, schudden en klaar om op te voederen. Hetzelfde kan men doen met het calcium. Bij volwassen dieren hoeft dit niet dagelijks, maar jonge baardjes en drachtige vrouwtjes hebben dit dagelijks nodig.

 

krekels tebo wasmotlarven treksprinkhaan moriowormen dola buffalo wormen meelwormen pinkies

 

Top sites ranking