Pogona Vitticeps

Kweek

Als de dieren in de juiste omstandigheden gehouden worden hebben baardagamen geen extra aanmoediging nodig om zich voort te planten. In de natuur zullen ze in slechte omstandigheden (koude, weinig voer, extreme droogte) zich niet voortplanten, jongen hebben immers geen kans om te overleven. Pas als de zomer er is en de omstandigheden zijn gunstig zullen ze zich gaan voortplanten. Deze omstandigheden zijn redelijk makkelijk na te bootsen in een terrarium. In de winter wordt de temperatuur verlaagd en ook het aantal uren licht verminderd. De dieren worden een stuk minder actief en eten minder. Dit noemt men winterrust "geen winterslaap", deze periode mag ongeveer drie maanden duren. Daarna wordt geleidelijk de temperatuur en lichturen terug opgedreven. Uit ondervinding weet ik als het (volglas)terrarium in een kamer staat met veel daglicht dit niet noodzakelijk is, de dieren regelen hun ritme dan aan het invallende daglicht en gaan vanzelf in rust. Na deze periode zullen de dieren weer enorm actief worden en dan moet er natuurlijk genoeg voedsel ter beschikking gesteld worden. Het zal dan niet lang meer duren voor het paringsgedrag van de mannetjes boven komt. Van op de hoogste plaats in het terrarium domineren ze, de baard kleurt zwart en knikken heftig met hun kop.

paarlustig mannetje paring

Ongeveer een maand na de paring graaft het vrouwtje een hol in het zand en legt hierin 10 tot 30 eieren. Voorzie hiervoor wel een afgedekte plaats van vochtig zand (niet te nat) met een dikte van min. 10 cm of plaats een aparte aflegbak. De eileg kondigt zich aan als het vrouwtje bobbels in de buik vertoont, de gewichtstoename snel toeneemt en graafneigingen en onrustig gedrag vertoont.

zwanger vrouwtje

 Ze zal ook een week vooraf stoppen met eten. Indien er geen geschikte plaats is zal ze haar eieren los is het terrarium leggen of legnood ontwikkelen. Eens de eieren gelegd zijn zal ze alles mooi afdekken en stampt het zand hard aan met haar platte voorhoofd.

Graven voor de eileg

Laat ze zeker haar werk afmaken! In de natuur gaat het incuberen vanzelf maar in een terrarium moeten de eieren overgeplaatst worden naar een broedkast. Verwijder eerst het vrouwtje als je de eieren uitgraaft en leg de plaats terug dicht zoals zij ze heeft achtergelaten. Anders kan dit stress veroorzaken, soms maanden achteraf weet een vrouwtje nog waar haar eieren lagen.

eiafleg

 

Incubatie

De gelegde eieren worden zo snel mogelijk uit het terra gehaald.

afgelegde eitjes

De grootste voorzichtigheid is hier geboden, draai de eieren dus niet! Het embryo zit niet vast zoals dat bij vogels wel het geval is. Het Embryo kan hierdoor loslaten en afsterven. Men dient de eieren dus kunstmatig uit te broeden omdat dit beter controleerbaar is en de broedomstandigheden zijn op deze wijze optimaal en controleerbaar, wat niet het geval zou zijn als men ze in het terrarium laat liggen. De temperatuurschommelingen zijn hier te hevig en indien de jongen zouden uitkomen zouden de ouderdieren ze opeten. Bevruchte eieren zijn meestal egaal wit en strak, als men ze zou doorlichten kan men ook de kiemschijf waarnemen en adertjes zien lopen. Eenmaal men de eieren gaat uitgraven moet de broedstoof al klaar staan en op de juiste temperatuur staan, vanzelfsprekend geldt dit ook voor de vermiculiet of substraat waar men de eieren gaat in uitbroeden.

eitjes in vermiculiet

De volgende zaken zijn van belang bij de incubatie:

  • De temperatuur van het substraat

  • De vochtigheid van de lucht

  • De vochtigheid van het substraat

  • De hoeveelheid zuurstof om het ei

De temperatuur van incubatie is de temperatuur die men in het substraat meet, dus niet de luchttemperatuur. Deze temperatuur moet tussen 26°C en 32° C liggen met zo weinig mogelijke schommelingen. Deze temperatuur heeft een invloed op een aantal zaken. Globaal gezien heeft het uitbroeden op een lage temperatuur meer kans op vrouwelijke jongen, hogere temperaturen geven dan weer meer kans op mannelijke jongen. De tussenliggende temperaturen leveren dan weer meer een gemengde geslachtsverdeling op. Dit is bij sommige reptielen wel het geval, maar uit eigen ervaring is dit bij baardagamen niet het geval, sommigen beweren dan weer van wel. Wat zeker is, is dat de temperatuur een invloed heeft op de incubatietijd, zo geven hogere temperaturen een snellere ontwikkeling en lagere een langere ontwikkeling. Daar tegen over geven lagere temperaturen vaak sterkere jongen, misvormde jongen zijn vaak het gevolg van te hoge temperaturen. De luchtvochtigheid dient hoog te zijn (80-100%). Het substraat dient het vocht goed vast te houden, vermiculiet is een stof die veel gebruikt wordt en is dan ook ideaal. Men vult een bakje met vermiculiet en dit weegt men vervolgens doe je er aan dezelfde hoeveelheid gewicht water bij om de juiste verhouding te verkrijgen. In een te droog substraat drogen de eieren uit en in een te vochtig substraat nemen de eieren teveel vocht op zodat de druk in de eieren stijgt en de jongen sterven. Als de eieren invallen betekent dat het te droog is, men kan dan bv. met een spuitje het substraat rond de eieren vochtig maken (met water op temperatuur). Ook kan men een dekseltje op de doosjes plaatsen om zo de vochtigheid op peil te houden, verwijder dan wel regelmatig de druppels van het deksel zodat deze niet op de eieren terecht komen. Zorg wel dat er zuurstof bij de eitjes kan door middel van gaatjes in doosje.

Draai de eieren nooit!

De eerste 24 uur van de ontwikkeling is het draaien minder ernstig maar achteraf is dit noodlottig. Markeer de eieren desnoods zodat ze bij eventuele verplaatsing terug in de originele stand komen te liggen. Leg de eieren met hun onderste helft in het substraat, trek vastgekleefde eieren niet los. Help een uitkomend jong nooit! Het kan wel 24 uur of zelfs langer duren eer een jong uit het ei kruipt. Vlak voor uitkomst vallen eieren in. Ook moet men niet wanhopen als alle eieren niet uitkomen, dit is normaal. Sommigen proberen jongen te helpen die niet uit het ei geraken door er een sneetje in te maken. Maar of dit nuttig is kan men zich afvragen daar deze zwakke jongen zijn die in de natuur ook geen kans zullen krijgen en meestal te zwak zijn om het te halen.

Soorten methoden van uitbroeden zijn:

Au Bain Marie, natte methode

professionele broedmachine

zelfmaak kist bv. oude koelkast of tempexdoos

ziekenhuiscouveuse

...................................................................................enz

ziekenhuiscouveuse frigo omgebouwd naar droge broeikas Labo broedstoof

Opfok

 

Bij een temperatuur van 30°C komen de jongen uit na ongeveer 50 en 75 dagen.

Na twee dagen beginnen de jongen meestal uit zichzelf te eten meestal volgt de rest wel want zien eten stimuleert de anderen. In het begin kunnen al de jongen samen gehouden worden, maar men moet wel opletten dat er genoeg gevoederd wordt zodat ze niet aan elkaar gaan knagen. Het gevolg zie je vaak en zijn dan afgehapte stukken staart en tenen. Na enkele weken moet men wel de grotere en kleinere gaan scheiden of de sterkere en de zwakkere. De grootste zullen de kleinere gaan onderdrukken en deze geraken dan op hun beurt gestresst. Jongen moeten wel regelmatig gevoerd worden min. 2x per dag en niet teveel ineens. Natuurlijk mogen de nodige voedingssupplementen niet ontbreken, met extra aandacht aan toevoeging van voldoende vit.D3 en calcium. Jonge reptielen zijn ook gevoelig voor uitdroging, sproei dan ook elke dag met lauw water. Eenmaal per week kan je ze ook een lauw badje geven, dit komt de vervelling ten goede eventueel kan je hier vloeibare vitaminen aan toevoegen.

Een ondiep waterschaaltje kan je ook plaatsen, maar zorg dan wel dat de dieren hierin niet kunnen verdrinken, stilstaand water drinken ze niet zo gauw, liever drinken ze vallende druppels. Het voedsel bestaat in het begin hoofdzakelijk uit kleine krekels en buffalowormpjes, na een week kan je ook al groenvoer plaatsen en af en toe een wasmotje is ook wel goed.

 

Top sites ranking