|
Physignathus Cocincinus
Groene
wateragame, Chinese wateragame
Chinese Water Dragon
Grüne Wasseragame
Dragon d'eau vert
Taxonomie
Klasse : Reptilia
Orde : Squamata
Sub-orde :Sauria
Infra-orde : Iguania
Familie : Agamidae
Sub-familie : Agaminae
Genus : Physignathus

Leefgebied en
uiterlijk
De groene wateragame
wordt gevonden in tropische regenbossen, dicht bij water en komt uit
Zuid-China, Vietnamm, Zuidoost-Azië
en Cambodja.
De wateragame leeft langs oevers van liefst niet-stromend water en
is met zijn als peddel afgeplatte staart een zeer goede zwemmer. Hij
kan zelfs als een van de weinige hagedissen een tijdje onderduiken.
Het is een vrij grote lichtgroene hagedis die een rij van vergrote
dorsale stekels( kam) hebben die van het hoofd over de rug tot aan
de staart lopen, en een kam die merkbaarder is bij de
mannetjes. De mannetjes hebben ook een grotere en zwaardere
kop met een duidelijk omlijnde keelkam
die geelblauwig gekleurd is en grotere
femoraalporiën
en een verdikte staartwortel. Ze kunnen tot 90 cm lang worden
(kopromp 20-25 cm).
Huisvesting
Een groot terrarium is vereist voor
deze grote boomhagedis. Deze waterminnende
dieren eisen een groot watergedeelte met bijzonder schoon water, dit kan je doen
door iedere dag het water te verversen of beter nog door een filter
te gebruiken. Wateragamen (vooral wildvang exemplaren) zijn onstuimige dieren en springen vaak
tegen de terrariumruit.
In een tropisch regenwoud terrarium met stilstaand, smerig water (ze poepen erin)
zullen de ontstane bekwonden snel ontsteken, ook als het water elke dag wordt
ververst! De wond kan tot op de kaak bloot komen te liggen, de dieren kunnen er zelfs dood
aan gaan. Indien het water goed wordt gefilterd, genezen de bekwonden wel. De dieren liggen graag op een tak boven het water,
deze plek gebruiken ze als zonneplaats en kunnen zich zo bij
bedreiging in het water laten vallen. Verwarm deze plekken met spots tot 40°C, plaats minimaal één spot per dier.
Temperatuur op overige plaatsen 28-32°C, luchtvochtigheid
80 tot 90%. De aankleding van de bak kan gebeuren door gebruik te maken van echte
planten, dit bevorderd ook de luchtvochtigheid. Als grondbedekking
kan men gebruik maken van potgrond, turf, bosgrond, houtsnippers,
mos.....enz. Als achterwand kan men kurk of boomschors gebruiken.
Ook enkele verstopmogelijkheden in de vorm van bv. een hole boomstam
zijn onontbeerlijk.
De verlichting zou van U.V.B buizen
of U.V.B. spaarlampen moeten zijn en dit om
nodige stoffen die ze uit natuurlijk zonlicht halen zo goed mogelijk
te kunnen nabootsen. In de zomer als de temperaturen het toelaten
kunnen ze ook in een buitenterra of serre.
Voedsel
In hun natuurlijke
leefomgeving eten wateragamen insecten, en na een paar maanden
beginnen de dieren ook wat fruit en groene plantendelen te eten. Na
ongeveer een halfjaar wordt fruit onontbeerlijk en maken insecten
nog maar de helft van het voedsel uit; de wateragame gaat echter
niet over op een vegetarisch dieet, zoals de groene leguaan.
In gevangenschap zijn
wateragamen meestal vleesetend, en hun dieet in gevangenschap kan
bestaan uit sprinkhanen, krekels, moriowormen, meelwormen ,
wasmotlarven, regenwormen, nestmuisjes, dola's.....ook vis wordt wel
eens goedgekeurd. Fruit zal nu en dan worden genomen. Alles zal
eveneens moeten worden bepoederd met een goed vitaminen en mineralen
poeder.
Voortplanting
Wateragamen bereiken
hun seksuele rijpheid om ongeveer 2-3 jaar oud. De mannetjes zijn
zeer territoriaal en zullen rivaliserende mannetjes agressief
uitdagen; het is wijs daarom om één mannetje met een aantal wijfjes
te huisvesten. Wateragamen
kennen een typische hagedissenparing met kopknik- en bijtgedrag.
De paring kan vrij hevig zijn, het mannetje onderwerpt het wijfje
door vanaf de rug in haar hals te bijten en haar in het nauw te
drijven, alvorens zijn cloaca onder haar te draaien en dan één van
zijn hemipenisen in haar te drijven. Het paren vindt over het algemeen
in de winter plaats, de eieren zullen dan in Maart of April worden
gelegd in een 10-25 cm diep,
gegraven gat met vochtige, losse grond.
Er kunnen tot vijf legsels gebeuren uit één paring met 8-15 eieren.
Vrouwtjes concurreren vrij sterk
om nestplaatsen. Eenmaal de eieren zijn gelegd , zal men deze moeten
overbrengen naar een incubator. De eitjes worden in vochtige
vermiculiet gelegd. De temperatuur moet worden ingesteld tussen 25°
en 30° en bij
een vochtigheid van 80-100%. De
eieren zullen in deze periode van leging en uitkomst tot 30% zwellen
aangezien zij
zich ontwikkelen De eieren komen bij 30 à 25°C resp. na 2 tot 21/2 maanden uit.
Uitkomst en Opfok
Net uitgekomen dieren
zijn in totaal ± 14 cm lang. Ze hebben een relatief grote kop, een
bruingroene/ donkergroene kleur met lichte dwarsstrepen. De kam ontbreekt nog. Geef de jongen een groot waterbassin, b.v. de
helft van het terrariumoppervlak, 10 cm diep. Filtreer goed of
ververs elke dag water. Voer insecten en regenwormen
met een toegevoegd
vitaminesupplement. Pas na
enkele maanden beginnen ze fruit te eten. De
jongen kunnen in groepen of individueel, in terrariums worden
opgekweekd die met betrekking tot hun grootte ruim dienen te zijn.
Na zes maanden zijn de mannetjes
iets groter en zwaarder dan de vrouwtjes. Dan begint ook het territoriumgedrag.
|